College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Een aanvraag voor een nationale toelating en bijbehorende wederzijdse erkenningen (WE)

Aanvragen voor wederzijdse erkenning van een nationale toelating worden ingediend volgens de procedures opeenvolgende wederzijdse erkenningen of parallelle wederzijdse erkenning. Onverminderd verloopt de verlening van toelating voor biociden in alle lidstaten die aanvragen voor wederzijdse erkenning van een nationale toelating van een biocide ontvangen, onder dezelfde voorwaarden, overeenkomstig en onverminderd.

Opeenvolgende wederzijdse erkenning

De lidstaat waar de eerste aanvraag wordt ingediend (de evaluerende lidstaat) voert de primaire beoordeling uit en levert een Product Assessment Report op. Op basis van de toelating en de onderliggende beoordeling kunt u vervolgens een toelating op basis van wederzijdse erkenning aanvragen in andere lidstaten. Deze korte procedure (120 dagen) wordt ‘opeenvolgende wederzijdse erkenning’ genoemd.
Meer informatie over indienen:  lees hier verder

Parallelle wederzijdse erkenning

 Het is ook mogelijk om de primaire beoordeling en de wederzijdse erkenning aanvragen gelijktijdig te laten verlopen. Bij het indienen van de aanvraag in de evaluerende lidstaat geeft u aan in welke landen u wederzijdse erkenning wilt aanvragen. De evaluerende lidstaat zal vervolgens overleggen met deze lidstaten over de beoordeling en de voorwaarden voor toelating. Bij deze ‘parallelle wederzijdse erkenning’ gaat de toelating in alle betrokken lidstaten tegelijkertijd in.
Meer informatie over indienen: lees hier verder