College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Beleid respijttermijnen per 1 september 2016

Het college heeft het beleid voor het afgeven van respijttermijnen bij niet verlengen, wijzigen of intrekken van een toelating voor gewas en biociden aangepast. Het nieuwe beleid is per 1 september 2016 van kracht (Staatscourant 45443, 31-08-2016).

Onder voorwaarden kan het college een respijttermijn (aflever- en opgebruiktermijn) afgeven voor een toelating die niet wordt verlengd, wordt gewijzigd of ingetrokken. De respijttermijn is bedoeld om de sector eraan te laten wennen dat een middel niet langer op de markt is. De termijnen geven de toelatinghouder de ruimte om andere belanghebbenden te informeren zodat de sector naar alternatieve middelen kan zoeken en eventuele voorraden kunnen worden opgemaakt.

De toelatinghouder van het biocide product verzoekt om een respijttermijn en onderbouwt waarom deze nodig is en hoe lang deze zou moeten duren. Een verzoek kan worden ingediend door middel van het WI-formulier.

Uitgangspunten bij het vaststellen van de respijttermijn

Voor de maximale lengte van de termijnen volgt het Ctgb de Europese Biocidenverordening (Verordening (EG) 528/2012. De maximum duur van de respijttermijn is 6 maanden voor afleveren en nog eens 6 maanden daarbovenop voor opgebruik. Bij expiratie van de toelating wordt geen respijttermijn verleend.

De duur van de respijttermijn is afhankelijk van het risico voor de gezondheid van mens, dier of milieu. Bij het bepalen van de termijn maakt het college een afweging tussen:

  • de waarschijnlijkheid en de ernst van de risico’s voor mens, dier en milieu. Hoe groter dat risico is, hoe korter de respijttermijn, teruglopend tot geen. Bij een onaanvaardbaar risico voor mens, dier of milieu wordt geen respijttermijn verleend;
  • de omvang van de voorraad van het biocide. Als er geen sprake is van voorraad zal geen termijn worden gegeven;
  • het gebruiksseizoen;
  • en de mate waarin de keten verrast is door het besluit en de mogelijkheden om de gevolgen van de plotselinge intrekking op te vangen.

Uitzondering

Voor biociden met werkzame stoffen die nog meelopen in het werkprogramma van de Europese Commissie is een langere respijttermijn mogelijk. Een toelatinghouder kan het college hierom gemotiveerd verzoeken. Het college past dit recht toe als het de motivering aanvaardt.