College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Vereenvoudigde toelating

De vereenvoudigde toelating is alleen mogelijk voor biociden die gebaseerd zijn op laag risico stoffen die opgenomen zijn in Annex I van de Biocidenverordening (de “nieuwe Annex I”). In de verordening staat de lijst met actieve stoffen (zie pagina 50 e.v.)

Let op: Annex I van de Verordening is niet hetzelfde als Annex I van de Richtlijn. De stoffen van Annex I van de Richtlijn zijn nu opgenomen op de Unielijst van goedgekeurde werkzame stoffen.

Zie voor meer informatie de praktische gids voor biociden verordening van ECHA

Voorwaarden

Om een vereenvoudigde toelating te kunnen krijgen moeten biociden voldoen aan de volgende voorwaarden: a) alle werkzame stoffen in de biociden zijn vermeld in Annex I en voldoen aan elke in die bijlage vermelde beperking; b) het biocide bevat geen tot bezorgdheid aanleiding gevende stof; c) de biocide bevat geen nanomateriaal; d) de biocide is voldoende werkzaam; en e) het hanteren van de biocide en het voorgenomen gebruik vereisen geen persoonlijke beschermingsmiddelen.

Extra stoffen op de nieuwe Annex I van de Biocidenverordening

Bij het van kracht worden van de Biocidenverordening staan 19 laag-risico stoffen op de nieuwe Annex I. Ook andere stoffen komen in aanmerking voor plaatsing op de nieuwe Annex I. Die stoffen mogen dan niet zorgwekkend zijn.

De Europese Commissie zal in de loop van 2014 een guidance document publiceren waarin meer informatie wordt gegeven over de procedure voor plaatsing van een stof op de nieuwe Annex I en over de dossiervereisten op basis waarvan aangetoond kan worden dat een stof niet zorgwekkend is.