College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Laag risico middelen 

Onder zowel gewasbeschermingsmiddelen als biociden bestaan ‘laag-risicomiddelen’. Aangenomen wordt dat gebruik hiervan weinig risico’s voor mens en milieu met zich meebrengt. Vanuit gezondheids- en milieuoverwegingen heeft het daarom de voorkeur deze middelen in te zetten. Het is echter niet eenvoudig om het concept van ‘laag-risicomiddelen’ in wetgeving op te nemen, omdat de aanname dat een middel weinig risico’s met zich meebrengt dan moet worden omgezet in een besluit dat dit inderdaad zo is. De wet moet duidelijk maken wat wel een ‘laag-risicomiddel’ is en wat niet.

In de Europese verordening voor Gewasbeschermingsmiddelen en de verordening voor Biociden zijn regels opgenomen voor het toelaten van ‘laag-risicomiddelen’. De twee verordeningen bewandelen daarin verschillende wegen.

Naast de verordeningen bestaat er in Nederland nog de Regeling uitzondering bestrijdingsmiddelen (RUB). De RUB bevat laag-risicomiddelen die in Nederland zonder toelating op de markt gebracht mogen worden. Deze middelen zijn niet of nauwelijks beoordeeld. Hierdoor voldoet de RUB niet meer aan de Europese regelgeving. Om gewasbeschermingsmiddelen en biociden op de markt te kunnen brengen moet nu – conform de verordeningen – een risicobeoordeling worden uitgevoerd en daarmee kan de RUB verdwijnen.

  1. Laag-risicogewasbeschermingsmiddelen
  2. Laag-risicobiociden
  3. Regeling uitzondering bestrijdingsmiddelen (RUB)