College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

De gewasbeschermingsverordening onderscheidt 4 verschillende typen werkzame stoffen:

  • werkzame stoffen die in aanmerking komen voor vervanging
  • ‘normale’ werkzame stoffen
  • laag-risicostoffen
  • basisstoffen

Laag-risicogewasbeschermingsmiddelen zijn middelen op basis van laag-risicostoffen en basisstoffen.

Wanneer is een stof een laag-risicostof?

Laag-risicostoffen zijn werkzame stoffen die na evaluatie een laag risico blijken te hebben. Voor de goedkeuring van deze stoffen geldt de normale beoordelingsprocedure. Het lage risicoprofiel blijkt uit dat beoordelingsproces. Er is dus géén aparte aanvraag- of beoordelingsprocedure voor laag-risicostoffen en ook niet voor middelen op basis van deze stoffen.

Op dit moment worden op Europees niveau de criteria voor laag-risicostoffen herzien. Nederland neemt daar actief aan deel. Wanneer hierover in Europa overeenstemming is bereikt, kunnen werkzame stoffen na een ‘normaal’ aanvraagtraject volgens de nieuwe criteria worden goedgekeurd als laag-risicostof. Voor aanvragers heeft dit het grote voordeel dat de werkzame stof voor 15 jaar wordt toegelaten in plaats van de normale 10 jaar. Hierdoor kunnen middelen op basis van deze stoffen ook tot maximaal 15 jaar worden toegelaten.

Zie de pagina EU-besluitvorming werkzame stoffen voor een overzicht van door de Europese Commissie goedgekeurde stoffen, waaronder de laag-risicostoffen.

Wat zijn basisstoffen?

Basisstoffen mogen niet als gewasbeschermingsmiddel worden verkocht, maar kunnen toch van waarde zijn voor de bescherming van gewassen. Dit kunnen stoffen zijn zoals melkwei dat in oplossing met water komkommer en courgette kan beschermen tegen meeldauw. Basisstoffen moeten bij de Europese Commissie worden aangevraagd. Zij worden voor onbepaalde tijd in de hele Europese Unie toegelaten. Zie hier de lijst.