College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Hoe kan het Ctgb dan de risico's voor de mens van deze middelen beoordelen?

Om ethische reden is het in de EU verboden om bestrijdingsmiddelen te testen op mensen. Voor iedere toelating moet veel informatie over de giftigheid voor zoogdieren worden geleverd. Dit zijn wettelijke verplichtingen die door landen over de hele wereld worden nageleefd. Deze informatie bestaat uit dierstudies waarbij gegevens over kankerverwekkend, neurotoxisch, effecten op de voortplanting etc worden meegenomen. De studies zijn bij meerdere zoogdiersoorten uitgevoerd. Vanuit de gevoeligste diersoort worden nog extra veiligheidsfactoren ingebouwd om rekening te houden met de vertaling van de effecten in deze dieren naar de mens. Bij iedere toelating wordt vervolgens een risicobeoordeling gedaan waarbij de resultaten van de dierstudies in het dossier inclusief de extra veiligheidsfactoren terdege worden meegenomen.
Nota bene; er wordt een beleid gevoerd om dubbel dierproeven te voorkomen.

Het Ctgb stelt dat toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en biociden veilig zijn mits gebruikt conform de wettelijke gebruiksvoorschriften. Bij vermoedens dat middelen niet conform de gebruiksvoorschriften worden toegepast; kan dit worden gemeld bij de handhavende instanties de NVWA en de Inspectie Leefomgeving en Transport

Voor gezondheidsklachten die u mogelijk in verband brengt met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden; is het advies altijd een huisarts te raadplegen.

Worden de risico's van blootstelling via luchtwegen bij de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen beoordeeld?

Voor de beoordeling van de werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen is een aanvrager verplicht een groot aantal toxicologische studies aan te leveren. Zo ook studies waarbij blootstelling plaatsvindt via de luchtwegen (acute inhalatie, herhaalde blootstelling via inhalatie). Hierbij wordt niet specifiek gekeken naar COPD maar wel naar ontstekingen aan de luchtwegen, een belangrijke indicator van COPD. Deze risicobeoordeling vormt vervolgens de basis voor de eventuele toelating van een gewasbeschermingsmiddel.

Voorziet het toetsingskader daarin?

Het huidige toetsingskader (EU datarequirements Regulation (EC) 283/2013) behandelt acute en herhaalde blootstelling via inhalatie. Ontstekingen aan de luchtwegen, welke een belangrijke indicator zijn voor COPD, worden opgemerkt in aan te leveren inhalatiestudies.

Is het nodig het toetsingskader aan te passen?

Op basis van de uitkomsten en opzet van het promotieonderzoek is er op dit moment geen aanleiding om het toetsingskader aan te passen.

Residuen op niet-consumptie gewassen

Gewasbeschermingsmiddelen worden niet alleen gebruik op eetbare gewassen maar ook op niet-consumptiegewassen; zoals tuinplanten, kamerplanten en snijbloemen. Hoewel deze planten niet worden gegeten, kan er mogelijk toch blootstelling zijn aan het achtergebleven middel; het zogenoemde afveegbare residu. Bij het verder verwerken van de behandelde planten kan bijvoorbeeld een werknemer van de kwekerij of tuincentrum hiermee in contact komen. Bij de beoordeling van middelen met een toepassing op niet-consumptiegewassen beoordeelt het Ctgb ook of de blootstelling aan het afveegbaar residu veilig is.
 
De blootstelling van de gebruiker of de werknemer die de planten later aanraakt is het zogenaamde "worst case" scenario. In de periode na de toepassing bij de sierteler en het aankoopmoment door de consument zal de concentratie van het afveegbare residu verder afnemen. Dat kan door eventuele bewerkingen (besproeien met water door de winkelier) maar ook door de afbraak van het middel. Aangezien het afveegbaar residue van toegelaten middelen voor de werknemers veilig is, loopt de  ook  consument geen risico door blootstelling aan mogelijke residuen op sierteeltgewassen.
 
Voor het gebruik van middelen op voedingsgewassen wordt ook een MRL bepaald, de Maximum Residu Limiet. Deze MRL is bedoeld om de blootstelling van de consument door het eten van groente en fruit aan een bovengrens te binden. Siergewassen worden niet gegeten en daarom wordt ook geen MRL bepaald.