Vanaf 1 januari 2019 alleen nog geëvalueerde ecologische modellen

In recente guidance documenten zoals het EFSA Aquatic Guidance Document en EFSA guidance Birds & Mammals is als optie voor verfijning van een risico de mogelijkheid van ecologisch modelleren opgenomen. Aanvragers maken steeds vaker gebruik van deze mogelijkheid. Veelal gaat het om modellen die door de industrie worden ontwikkeld. Deze modellen zijn nog niet geëvalueerd op het moment dat het Ctgb een aanvraag ontvangt. Daarbij gaat het om een evaluatie die veelal per situatie, per product opnieuw moet gebeuren. Tot nu toe coördineert het Ctgb de evaluatie van een ecologisch model door deze evaluatie deels uit te zetten bij een onafhankelijke gekwalificeerde instantie. Deze werkwijze gaat veranderen.

Vanaf 1 januari 2019 verlangt het Ctgb dat een ecologisch model dat onderdeel uitmaakt van een aanvraag al bij indienen van die aanvraag is geëvalueerd. De aanvrager is vrij om een onafhankelijke, gekwalificeerde instantie in te schakelen. Bij ontvangst van het dossier zal de evaluatie van ecologische populatiemodellen gecontroleerd worden op de volgende punten:

  • De evaluatie dient te worden uitgevoerd door een onafhankelijke en gekwalificeerde organisatie.
  • Model documentatie zoals beschreven in de EFSA opinie (bv. TRACE documentatie).
  • Evaluatie rapport:
    Het evaluatie rapport dient de aanbevelingen uit het EFSA Scientific Opinion on Good Modelling Practice (2014) te volgen. Bijvoorbeeld, een typische inzending zou kunnen bestaan uit de volgende componenten:
    • Evaluatie van alle literatuurdata gebruikt in het model (ecologisch en toxiciteits data). Deze stap checkt welke modelparameters en aannames afkomstig zijn uit de literatuur, hoe deze zijn afgeleid en hoe deze zijn toegepast in het model.
    • Duidelijke definitie van de relevante vraag en evaluatie van het conceptuele model.
    • Evaluatie van de conservatisme van het milieu scenario d.w.z. of de landschap en blootstellingsscenario’s representatief en conservatief zijn voor de aangevraagde toepassing in de GAP.
    • Modelimplementatie en verificatie: controleren van de model code (functies, routines, logica volgorde en debugging indien nodig)  en of de uitvoer van het model zinnig is.
    • Gevoeligheidsanalyses: analyse van welke parameters gevoelig zijn voor modeluitvoer (globaal en/of lokaal).
    • Modelvalidatie: vergelijking van modelsimulaties met onafhankelijke datasets en/of analyse van de output middels modelsimulatiepatronen (patroon-georiënteerd modelleren).
    • Onzekerheidsanalyses: Bronnen en beschrijving van modelonzekerheden gepropageerd naar de modeluitvoer.
  • Uitvoerbare modelsoftware met gebruikershandleiding en volledige broncode.

Deze punten zijn ook opgenomen in de aandachtspunten intake gewasbeschermingsmiddelen. Indien deze punten voldoende zijn geadresseerd, kan het ecologisch populatiemodel onderdeel uitmaken van het dossier. Wanneer een model eenmaal geëvalueerd is, is voor de aanpassing van het model naar nieuwe soorten geen evaluatie meer nodig. Een evaluatie over de invoer in het model is onderdeel van de beoordeling en wordt intern uitgevoerd. Voor vragen of discussie over de evaluatie kan een aanvrager een RFM aanvragen.