120 dagen vrijstelling

Een vrijstelling voor een gewasbeschermingsmiddel wordt verleend voor een periode van ten hoogste 120 dagen

De vrijstelling betreft een 'beperkt en gecontroleerd gebruik, wanneer deze maatregel nodig blijkt ingevolge een op geen enkele andere redelijke manier te beheersen gevaar' (art. 53 Verordening Gewasbeschermingsmiddelen 1107/2009; art 38 Wgb). De vrijstelling wordt verleend door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Een aanvraag voor een vrijstelling kan worden ingediend bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
De aanvragen voor vrijstellingen worden ingediend door de coördinatoren effectief middelenpakket (CEMPs) bij PAV. Met vragen kunt u zich wenden tot het minsterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

De toegekende vrijstellingen kunt u vinden in de Staatscourant.