Het zonale systeem voor gewasbeschermingsmiddelen

In Overweging 29 van de Verordening voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (1107/2009) staat: 'Om dubbel werk te vermijden, de administratieve belasting van bedrijven en lidstaten te verminderen en een geharmoniseerde beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen te vergroten, moeten toelatingen die door een lidstaat worden verleend, door andere lidstaten met vergelijkbare landbouw-, fytosanitaire en ecologische (waaronder klimatologische) omstandigheden worden aanvaard.'

Om deze wederzijdse erkenning te vergemakkelijken, is de Europese Gemeenschap verdeeld in zones waar dergelijke vergelijkbare omstandigheden heersen.

1107/2009 Artikel 3 punt 17: 'zone': groep lidstaten zoals gedefinieerd in bijlage I.

Bijlage I – Vastlegging van de zones voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 3, punt 17

Zone A — Noord

De volgende lidstaten behoren tot deze zone: Denemarken, Estland, Letland, Litouwen, Finland, Zweden

Zone B — Centraal

De volgende lidstaten behoren tot deze zone: België, Tsjechië, Duitsland, Ierland, Luxemburg, Hongarije, Nederland, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Verenigd Koninkrijk

Zone C — Zuid

De volgende lidstaten behoren tot deze zone: Bulgarije, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Cyprus, Malta, Portugal (noot Ctgb: plus Kroatië)

De aanvragen tot toelating worden binnen deze zones verdeeld, waarbij 4 stuurgroepen de regie hebben: 1 stuurgroep voor elke zone, met een roulerend voorzitterschap, plus een coördinerende, zogenaamde interzonale stuurgroep, voorgezeten door een lid van de commissie, en waar de (inkomend) voorzitters van de 3 andere stuurgroepen aan deelnemen.