Het Ctgb vindt het belangrijk dat de effecten van het toelatingsbeleid ook in de praktijk worden gemonitord. Jaarlijks bepaalt het college op basis van de Bestrijdingmiddelenatlas welke stoffen uit gewasbeschermingsmiddelen de toelatingsnorm in oppervlaktewater structureel overschrijden. Het Ctgb heeft als beleid om middelen tussentijds te herbeoordelen als ze gemaakt zijn met deze stoffen. Het Ctgb is op basis van Europese regelgeving bevoegd tot deze ingreep wanneer er nieuwe informatie beschikbaar is die bij de beoordeling niet bekend was. De Bestrijdingsmiddelenatlas van eind 2024 laat zien dat zes stoffen de toelatingsnorm structureel overschrijden:

- Deltamethrin

- Fluoxastrobin

- Pirimicarb

- Pyraclostrobin

- Spinosad

- Esfenvaleraat

De lijst stoffen komt vrijwel overeen met de eind 2023 gedefinieerde stoffen. Toen kwamen 16 middelen voor herbeoordeling in aanmerking, vier daarvan zijn inmiddels door de toelatinghouders ingetrokken. Voor vier van de gevonden stoffen (deltamethrin, fluoxastrobin, pyraclostrobin, spinosad) geldt dat deze naar aanleiding van het collegebesluit vorig jaar zijn of worden herbeoordeeld. Van de stof pirimicarb vervalt de toelating in 2026 op verzoek van de toelatingshouder en voor de stof esfenvaleraat loopt de herbeoordeling van de middelen en is in 2026 een besluit te verwachten. Dit betekent dat het Ctgb op basis van de analyse van dit jaar géén extra herbeoordeling van middelen gaat uitvoeren.