In situ gemaakte biociden

Bij in situ generatie wordt het biocide (de werkzame stof) ter plekke gegenereerd èn aangewend/verbruikt. Zodra er sprake is van het op de markt aanbieden van een biocide, is er geen sprake meer van een in situ gegenereerde biocide (bijvoorbeeld: met een apparaat is een biocide gegenereerd maar dit biocide wordt vervolgens verpakt en op de markt aangeboden).

Toelatingsplicht

De biocidewetgeving gaat over de toelating van stoffen en mengsels (biociden). Voor dergelijke stoffen of mengsels geldt een toelatingsplicht.

In principe hebben in situ gegenereerde biociden een toelating nodig van het Ctgb om in Nederland gebruikt te mogen worden.
Er gelden 2 uitzonderingen. Zolang die uitzonderingen gelden, hebben deze biociden geen toelatingen nodig. De uitzonderingen zijn beschreven in bijlage 9 van de Regeling Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Rgb) zoals die gold op 31 augustus 2013. Die versie van de Rgb geldt nog totdat de regeling voor betreffende stoffen door Europese regeling is overgenomen.
De uitzonderingen zijn: 

Ozon, dat op de plaats van toepassing wordt opgewekt door middel van daartoe bestemde apparatuur, valt niet onder de werking van deze wet.

Chloorverbinding die op de plaats van toepassing door een daartoe bestemd apparaat wordt gegenereerd uit natriumchloride, tenzij de toepassing is bestemd voor desinfectie van leidingen voor drinkwater voor mens of dier.

Dus: alle in situ gegenereerde biociden hebben een Nederlandse toelating nodig met uitzondering van in-situ gegenereerde ozon en chloorverbindingen gegenereerd uit natriumchloride niet bestemd voor desinfectie van leidingen voor drinkwater voor mens en dier.

De uitzondering in Nederland gaat vervallen op het moment dat de Nederlandse regels worden overgenomen door de EU regelgeving.
Voor ozon geldt dat er voor PT2, 4, 5 en 11 een stofdossier is ingediend in Europa. Zodra er een Europees besluit is genomen over goedkeuring wordt duidelijk wanneer de uitzondering voor ozon in Nederland vervalt. Ozon dat als biocide gebruikt wordt voor andere PT’s mag na 1 september 2017 niet meer geproduceerd/gebruikt worden.
Voor chloorverbindingen gegenereerd uit natriumchloride geldt dat er voor PT1, 2, 3, 4,  5, 11 en 12 een stofdossier is ingediend in Europa. Zodra er een Europees besluit is genomen over goedkeuring wordt duidelijk wanneer de uitzondering voor chloorverbindingen gegenereerd uit natriumchloride in Nederland vervalt. Chloorverbindingen die gegenereerd worden uit natriumchloride en die als biocide gebruikt worden voor andere PT’s mogen na 1 september 2017 niet meer geproduceerd/gebruikt worden.
Exacte informatie staat in de ECHA databank werkzame stoffen (bijv: active chlorine of ozone).