Vragen en antwoord
Informatie over de begrippen gebruikt in wettelijke gebruiksvoorschriften staat bij de instructie over opstellen van een wettelijk gebruiksvoorschrift. Daar staan ook de Definitielijst termen Wettelijke gebruiksvoorschriften (DTW) en de Definitielijst Toepassingsgebieden Gewasbeschermingsmiddelen (DTG).
De Wet Gewasbeschermingsmiddelen en biociden bepaalt in artikel 71 (zie hieronder) dat gewasbeschermingsmiddelen die toegelaten zijn voor professioneel gebruik slechts door personen met een Bewijs van vakbekwaamheid mogen worden gebruikt of door personen die voor bepaalde toepassingen wettelijk zijn vrijgesteld van de vakbekwaamheidseisen. Deze middelen dienen uiteraard overeenkomstig het WGGA te worden gebruikt. Er geldt een administratie-, licentie- en legitimatieplicht voor de afnemer/gebruiker en een licentie-, controle- en administratieplicht voor de leverancier.
Middelen die toegelaten zijn voor niet-professioneel gebruik zijn middelen waarvoor geen administratieplicht geldt en geen Bewijs van vakbekwaamheid voor de toepasser is vereist. Uiteraard mogen ook deze middelen alleen worden toegepast overeenkomstig het WGGA.Professioneel gebruik van biociden is steeds vaker eveneens aan een vakbekwaamheidsdiploma gebonden.
Professioneel gebruik betekent elk gebruik waarvoor een vakbekwaamheidsdiploma vereist is, elk gebruik in de uitoefening van beroep of bedrijf, op voor het publiek toegankelijke plekken, op de werkplek e.d.
Particulier gebruik betekent elk gebruik in de privésfeer, niet op voor het publiek toegankelijke plekken, niet op de werkplek of op terrein dat bestemd is voor bedrijfsuitoefening, en niet in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf.Het Ctgb bepaalt in het toelatingsbesluit of het middel is toegelaten voor professioneel gebruik, dan wel niet-professioneel gebruik of beide.
Wet Gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Artikel 71. Opleiding en bewijs van vakbekwaamheid
- Lid 1. Het is verboden zonder een geldig bewijs van vakbekwaamheid een gewasbeschermingsmiddel, toegelaten voor professioneel gebruik, te ontvangen, te gebruiken of voorhanden te hebben, behoudens in bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen.
- Lid 4. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op biociden, toegelaten voor professioneel gebruik, in de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen.
In Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn herkenbaar aan een vijfcijferig toelatingsnummer en dat eindigt met een N (Nederland). (In Duitsland worden voor biociden ook N-nummers uitgegeven en dergelijke producten zijn soms op de Nederlandse markt gevonden. Het Duitse N-nummer is niet geldig in Nederland. U kunt in onze toelatingen database nagaan of het betreffende N nummer een Nederlands N-nummer is.)
Voor biociden geldt onder de werking van de Biocideverordening (sinds 1 september 2013) dat de Europese autoriteit voor biociden ECHA toelatingnummers uitgeeft voor Unietoelatingen (een EU-nummer) dat in de hele EU geldig is. Op nationale toelatingen, afgegeven door de lidstaten onder de Biocidenverordening, staat een toelatingsnummer dat er als volgt uit ziet:
- EU-1234567-0000
- NL-1234567-0000
Voor biociden die binnen een productfamilie vallen worden de vier laatste cijfers gebruikt om de diverse familieleden van elkaar te onderscheiden door de familieleden een oplopend opeenvolgend nummer te geven ( Bijvoorbeeld: EU-1234567-0001, EU-1234567-0002 en EU-1234567-0003). De formats voor toelatingnummers voor producten die vallen binnen productfamilies zien er als volgt uit:
(a): EU-1234567-0001
(b): NL-1234567-0001Wanneer u een bestrijdingsmiddel ( een gewasbeschermingsmiddel of een biocide) heeft gebruikt en u merkt een effect op uw gezondheid neemt u dan contact op met een arts. De arts kan hulp verlenen en informatie doorgeven aan het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC).