Het wettelijk gebruiksvoorschrift (WG) voor gewasbeschermingsmiddelen is vergelijkbaar met de bijsluiter bij medicijnen. In het wettelijk gebruiksvoorschrift staan de toegelaten toepassingen, gebruiksvoorschriften, voorgeschreven maatregelen ter bescherming van mens, dier en milieu.

Op het gebruiksvoorschrift van gewasbeschermingsmiddelen wordt verwezen naar de Definitielijst Toepassingsgebieden Gewasbeschermingsmiddelen (DTG-lijst). Deze lijst bevat voor het Wettelijk Gebruiksvoorschrift (WG) de standaardtermen voor toepassingsgebieden van gewasbeschermingsmiddelen waarin het middel mag worden toegepast. In de lijst staan naast de Nederlandse ook de Engelse termen en zijn de EPPO-codes opgenomen. Hierdoor is ook voor andere EU-lidstaten duidelijk hoe de gewassen in Nederland hiërarchisch zijn ingedeeld.

Op het WG staan niet altijd het exacte gewas genoemd. Het komt regelmatig voor dat een bovenliggende teeltgroep van de DTG-lijst wordt genoemd. Een voorbeeld van zo'n groep is 'vezelgewassen'. Hierbinnen vallen hennep, vlas en brandnetel. Dit betekent dat als het middel voor de hele gewasgroep vezelgewassen is toegelaten en dat het middel in de afzonderlijke gewassen hennep, vlas en brandnetel mag worden toegepast.

Aanvulling voor DTG-lijst versies:

Ongeveer eenmaal in de vijf jaar wordt de DTG-lijst herzien. Bij een herziening van de DTG-lijst kunnen bijvoorbeeld nieuwe gewassen toegevoegd worden. De DTG-lijst krijgt dan een nieuw versienummer. Versienummers blijven geldig zolang deze op het Wettelijk Gebruiksvoorschift staan vermeld. Inmiddels bestaan er drie versies waar in de WG's naar wordt verwezen: 2.0 (2011), 2.1 (2015) en 2.2 (2019). 

Hieronder staan de versies vermeld. ZIe ook de Instructie Opstellen WG.

Overzicht ontwikkelingsstadia (BBCH-codering)

Bij het juist toepassen van een middel moet ook rekening worden gehouden met het ontwikkelingsstadium van het gewas. Deze stadia kunnen ook in het Wettelijke Gebruiksvoorschrift zijn vermeld en zijn  weergegeven volgens de BBCH-monografie.

De BBCH-monografie (bron Julius Kühn-Institut) geeft een overzicht van ontwikkelingsstadia van planten en de bijbehorende codes. Het is een gestandaardiseerde beschrijving van de veranderingen in de plantengroei en -ontwikkeling gedurende een seizoen. De volledige ontwikkelingscyclus van de planten is onderverdeeld in tien duidelijk herkenbare en onderscheidbare ontwikkelingsstadia (hoofdgroeistadia) weergegeven met de nummers 0 t/m 9. De hoofdgroeistadia zijn meer precies omschreven in secundair groeistadium; korte ontwikkelingsstappen die passen bij de plantensoort. Deze zijn ook genummerd van 0 tot 9. De 2 nummers samen vormen de BBCH-codering voor specifieke gewassen.