PFAS (Per- en polyfluoralkylstoffen) zijn chemische stoffen die slecht afbreken. Daardoor blijven ze lang in het milieu. Een aantal gewasbeschermingsmiddelen en biociden bevat PFAS. Over het gebruik van deze middelen bestaan zorgen. Dat komt omdat PFAS zich kunnen ophopen en mogelijk risico’s vormen voor mens, dier en milieu. Het Ctgb begrijpt deze zorgen. Daarom zet het Ctgb zich in Europa in om de beoordeling van deze stoffen te verbeteren en kijken we in Nederland opnieuw naar een aantal middelen die PFAS bevatten.
Europese aanpak PFAS
In 2023 hebben vijf landen, waaronder Nederland, een voorstel ingediend bij de European Chemicals Agency (ECHA) om PFAS in Europa sterk te beperken. Voor werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen, biociden en (dier)geneesmiddelen geldt in dit voorstel een uitzondering. Deze stoffen vallen onder andere Europese wetgeving dan de overige PFAS. Ze worden voorafgaand aan toelating uitgebreid beoordeeld op risico’s voor mens, dier en milieu. Dit betekent dat deze stoffen alleen mogen worden gebruikt als ze voldoen aan de wettelijke eisen.
Hoe worden werkzame stoffen in bestrijdingsmiddelen beoordeeld?
Bij die beoordeling wordt gekeken naar:
- hoe snel een stof afbreekt (persistentie),
- of een stof zich ophoopt in levende organismen (bio-accumulatie),
- en hoe giftig een stof is (toxiciteit).
Stoffen die slecht afbreken, zich ophopen in organismen én giftig zijn (zogeheten PBT-stoffen) worden in principe niet toegestaan.
Ook wordt gekeken hoeveel van een stof in het milieu kan terechtkomen. Als deze hoeveelheid kan leiden tot gezondheidsschade bij mensen of onaanvaardbare risico’s voor het milieu, wordt een stof ook niet toegestaan.
Extra aandacht voor stoffen die slecht afbreken
Een belangrijke zorg bij PFAS is de hoge persistentie: stoffen breken slecht af en kunnen zich daarom ophopen in het milieu. In het PFAS-restrictievoorstel is daarom aanbevolen om beter rekening te houden met deze eigenschap bij de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Op dit moment wordt in Europa onderzocht hoe deze aanbeveling kan worden uitgewerkt in de praktijk.
TFA en drinkwater
TFA (trifluorazijnzuur) is een afbraakproduct van PFAS en behoort zelf ook tot deze stofgroep. De stof breekt nauwelijks af en wordt onder andere teruggevonden in water, ook in grondwater dat wordt gebruikt voor drinkwater. TFA kan ontstaan bij de afbraak van stoffen in gewasbeschermingsmiddelen. De huidige hoeveelheden vormen geen direct risico voor de gezondheid. Wel kan verdere ophoping op termijn gevolgen hebben voor de kwaliteit van grond- en drinkwater.
Wat doet het Ctgb?
Het Ctgb zet zich in voor een snelle Europese aanpak van stoffen die mogelijk TFA vormen. Ook worden momenteel 46 gewasbeschermingsmiddelen opnieuw beoordeeld op mogelijke vorming van TFA. Dit gebeurt om tijdig te kunnen ingrijpen als blijkt dat stoffen zich in het grondwater ophopen tot niveaus die een risico kunnen vormen voor de gezondheid.