Alle gewasbeschermingsmiddelen en biociden moeten worden beoordeeld of ze veilig kunnen worden gebruikt. Dit gebeurt volgens Europese verordeningen. In Nederland zijn nog middelen op de markt waarvan het gebruik nooit is beoordeeld. Deze middelen zijn onder de Regeling Uitzondering Bestrijdingsmiddelen (RUB) die inmiddels niet meer bestaat, op de markt gekomen.

RUB-middelen aanmelden voor een reguliere toelating

De RUB-regeling kende een zgn ‘RUB-lijst’ met daarop combinaties van stoffen en toepassingen die op basis van de regeling mochten worden gebruikt. In 2012 is afgesproken dat ook voor de vermeldingen op de RUB-lijst geldt dat ze óf volgens de Europese verordeningen worden beoordeeld, óf van de markt verdwijnen. Aanmelders/aanvragers konden tot 15 februari 2018 stoffen en middelen van de oude-RUB lijst met hun specifieke toepassing aanmelden voor een reguliere toelating. Een overzicht van de aangemelde middelen gekoppeld aan de oorspronkelijke RUB-toepassing is 20 juni 2018 in de Staatscourant gepubliceerd. Deze toepassingen kunt u voorlopig blijven gebruiken.

Voor RUB-middelen die niet zijn aangemeld geldt:

  • 1 oktober '18: laatste dag waarop RUB-middelen verkocht mogen worden die niet zijn aangemeld.
  • 1 oktober '19: laatste dag waarop RUB-middelen gebruikt mogen worden die niet zijn aangemeld.

Toelating onder EU-wetgeving

Om in de periode van de dossiervorming en de beoordeling door het Ctgb op de markt te mogen blijven, moesten aanmelders/aanvragers hun RUB-middel tijdig aanmelden. Deze periode is inmiddels verstreken en aanmelden is nu niet meer mogelijk. Het Ctgb heeft de aanmelders/aanvragers geïnformeerd over de Europese status van de werkzame stof en de benodigde toelating. Het Ctgb signaleert ook of het mogelijk om een basisstof of laag-risicostof gaat. Het Ctgb houdt nu contact met de aanmelder/aanvrager over de vorderingen met het dossier en de aanvraag.

Beoordeling dossier

Aangemelde middelen blijven gedurende de hele periode van dossieropbouw en beoordeling op de lijst staan totdat een besluit over de aanvraag is genomen. Ze mogen in die tussenliggende periode gebruikt worden. Het Ctgb beoordeelt de aangemelde stoffen of middelen conform de Europese kaders die elders op deze site beschreven staan. Voor de beoordeling gelden de normale/reguliere tarieven. Bij een positieve beoordeling volgt een reguliere toelating. Is de beoordeling negatief, dan volgt een intrekking door het Ctgb. In beide gevallen wordt de toepassing van de lijst verwijderd. Bij een negatieve beoordeling van een aanvraag kan het Ctgb respijttermijnen toekennen. Bij het vaststellen van de lengte daarvan wordt de veiligheid van mens, dier of milieu altijd meegewogen.

Het projectplan om RUB-toepassingen onder EU-wetgeving te brengen is woensdag 25 oktober 2017 geaccordeerd door het College voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen biociden.

Achtergrond

Sinds de Bestrijdingsmiddelenwet van 1962 in werking trad, bestond de uitzondering om naar inschatting minder schadelijke middelen (zowel gewasbeschermingsmiddelen als biociden) zonder reguliere toelating via de zogenaamde Regeling uitzondering bestrijdingsmiddelen (RUB) toe te laten. Stoffen, middelen en toepassingen die op deze RUB-lijst staan, hebben geen of slechts een beperkte risicobeoordeling ondergaan.

Nadat in 2011 de gewasbeschermingsverordening in werking trad en in 2013 de biocidenverordening, voldoet de RUB niet meer aan de Europese regelgeving. Immers, om gewasbeschermingsmiddelen en biociden op de markt te kunnen brengen moet, conform EU-richtlijnen, een risicobeoordeling worden uitgevoerd. Wel bestaat ook op Europees niveau de mogelijkheid goedkeuring aan te vragen voor minder schadelijke stoffen, de zogenaamde basisstoffen en de laag-risicostoffen.

Met ingang van 15 februari 2018 verdwijnt de RUB-lijst. De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer hierover per brief geïnformeerd en het Ctgb verzocht de intrekking van RUB-stoffen en -middelen te verzorgen.