Alle gewasbeschermingsmiddelen en biociden moeten worden beoordeeld of ze veilig kunnen worden gebruikt. Dit gebeurt volgens Europese verordeningen. In Nederland zijn nog middelen op de markt waarvan het gebruik nooit is beoordeeld. Deze middelen zijn onder de Regeling Uitzondering Bestrijdingsmiddelen (RUB) die inmiddels niet meer bestaat, op de markt gekomen.

RUB-middelen aanmelden voor een reguliere toelating

De RUB-regeling kende een zgn ‘RUB-lijst’ met daarop combinaties van stoffen en toepassingen die op basis van de regeling mochten worden gebruikt. In 2012 is afgesproken dat ook voor de vermeldingen op de RUB-lijst geldt dat ze óf volgens de Europese verordeningen worden beoordeeld, óf van de markt verdwijnen. Hieronder leest u hoe het Ctgb deze maatregel uitvoert. Omdat sommige middelen soms al lang op de RUB-lijst staan, maakte het Ctgb een stappenplan om (potentiële) aanmelders/aanvragers zo goed mogelijk te begeleiden. 

Welke stoffen en middelen

De oude RUB-lijst vermeldde stoffen en middelen met hun specifieke toepassing die op basis van de oude regeling nog gebruikt mogen worden. Voor deze stoffen en middelen is afgesproken dat ze

  • vóór 15 februari '18 voor een regulier toelatingsproces moeten worden aangemeld; óf
  • uiterlijk op 1 oktober '18 van de markt moeten zijn.

Het traject

  • 23 november '17: informatiemiddag over het aanmelden van RUB-middelen voor een regulieren toelating.
  • 1 januari - 15 februari '18: aanmelden van RUB-middelen waarvoor men een toelating gaat aanvragen.
  • 3 april '18: lijst met aangemelde RUB-middelen publiceren
  • 1 oktober '18: laatste dag waarop RUB-middelen verkocht mogen worden die niet zijn aangemeld.
  • 1 oktober '19: laatste dag waarop RUB-middelen gebruikt mogen worden die niet zijn aangemeld.

Toelating onder EU-wetgeving

Om in de periode van de dossiervorming en de beoordeling door het Ctgb op de markt te mogen blijven, moesten aanmelders/aanvragers hun RUB-middel  aanmelden tussen 1 januari 2018 en 15 februari 2018. Deze periode is inmiddels verstreken en aanmelden is niet meer mogelijk.
Na aanmelding beoordeelt het Ctgb of het inderdaad om een toepassing van de RUB-lijst gaat. Indien dit het geval is informeert het Ctgb de aanmelder/aanvrager over de Europese status van de werkzame stof en de benodigde toelating. Het Ctgb kijkt dan ook of het mogelijk om een basisstof of laag-risicostof gaat. Tevens wordt aangeven welk type aanvraag nodig is en welke termijn redelijkerwijs nodig is voor dossieropbouw. Het Ctgb houdt daarna contact met de aanmelder/aanvrager over de vorderingen met het dossier en de aanvraag. Deze middelen staan voorlopig op de lijst met aangemelde RUB-middelen, gespecificeerd per aanvrager en per middel.

Wanneer de aangemelde toepassing toch niet op de RUB-lijst staat wordt de aanmelder hierover geïnformeerd. Het beschreven beoordelingstraject is dan niet van toepassing. Alle aanmelders/aanvragers krijgen voor 2 april 2018 bericht. De aanmeldkosten worden niet terugbetaald.

Beoordeling dossier

Aangemelde middelen blijven gedurende de hele periode van dossieropbouw en beoordeling op de lijst staan totdat een besluit over de aanvraag is genomen. Het Ctgb beoordeelt de aangemelde stoffen of middelen conform de Europese kaders die elders op deze site beschreven staan. Voor de beoordeling gelden de normale/reguliere tarieven. Bij een positieve beoordeling volgt een reguliere toelating. Is de beoordeling negatief, dan volgt een intrekking door het Ctgb. In beide gevallen wordt de toepassing van de lijst verwijderd. Bij een negatieve beoordeling van een aanvraag kan het Ctgb respijttermijnen toekennen. Bij het vaststellen van de lengte daarvan wordt de veiligheid van mens, dier of milieu altijd meegewogen.

Periode tussen aanmelding en toelating

Na de aanmeldperiode begin 2018 gaan toepassingen waarvoor geen aanmelding is binnengekomen van de RUB-lijst af. Voor deze stoffen en middelen geldt een afleverentermijn tot en met 1 oktober 2018 en een opgebruiktermijn tot en met 1 oktober 2019. De toepassingen die wel zijn aangemeld blijven op de RUB-lijst, gespecificeerd per aanvrager en middel. Deze aangepaste lijst wordt gepubliceerd.

Het projectplan om RUB-toepassingen onder EU-wetgeving te brengen is woensdag 25 oktober 2017 geaccordeerd door het College voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen biociden.

Achtergrond

Sinds de Bestrijdingsmiddelenwet van 1962 in werking trad, bestond de uitzondering om naar inschatting minder schadelijke middelen (zowel gewasbeschermingsmiddelen als biociden) zonder reguliere toelating via de zogenaamde Regeling uitzondering bestrijdingsmiddelen (RUB) toe te laten. Stoffen, middelen en toepassingen die op deze RUB-lijst staan, hebben geen of slechts een beperkte risicobeoordeling ondergaan.

Nadat in 2011 de gewasbeschermingsverordening in werking trad en in 2013 de biocidenverordening, voldoet de RUB niet meer aan de Europese regelgeving. Immers, om gewasbeschermingsmiddelen en biociden op de markt te kunnen brengen moet, conform EU-richtlijnen, een risicobeoordeling worden uitgevoerd. Wel bestaat ook op Europees niveau de mogelijkheid goedkeuring aan te vragen voor minder schadelijke stoffen, de zogenaamde basisstoffen en de laag-risicostoffen.

Met ingang van 15 februari 2018 verdwijnt de RUB-lijst. De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer hierover per brief geïnformeerd en het Ctgb verzocht de intrekking van RUB-stoffen en -middelen te verzorgen.