Update acceptatie en doorlooptijden aanvragen biociden

De afgelopen jaren heeft het Ctgb de beoordelingscapaciteit uitgebreid om aanvragen onder de biocidenverordening (BPR) en onder Nederlands overgangsrecht binnen de wettelijke termijnen te kunnen afronden. De BPR-aanvragen blijken echter (veel) meer uren te vergen dan was ingeschat – onder meer door uren om toelatingen in Europa te ‘verdedigen’. Hierdoor zullen de wettelijke termijnen voor de aanvragen voor nationale- en unietoelatingen niet worden gehaald, en zullen voor aanvragen onder het Nederlandse overgangsrecht de doorlooptijden toenemen. Dit heeft ook consequenties voor het aantal aanvragen dat het Ctgb de komende jaren kan accepteren.

Meerdere EU-lidstaten kampen met vergelijkbare problemen. Daarom adviseren wij om al in een vroegtijdig stadium lidstaten te benaderen die mogelijk als eCA kunnen fungeren voor nationale- en unietoelatingen, minimaal 1,5 tot 2 jaar vóór de geplande datum van indiening van het aanvraagdossier.

Het Ctgb heeft de precieze hoeveelheid werk voor de reeds ingediende biocidenaanvragen geïnventariseerd in relatie tot de beschikbare beoordelingscapaciteit. Op basis daarvan zal de personeelsformatie de komende jaren blijven groeien. De uitbreiding gebeurt gecontroleerd, afhankelijk van het absorptievermogen van de afdelingen, de verschillende teams en het daadwerkelijke werkaanbod. De uitbreiding van capaciteit zal daarom elk jaar opnieuw worden bezien.

Ondanks deze groei zal de capaciteit volgens de huidige inzichten onvoldoende zijn om nieuwe (niet-genotificeerde) aanvragen voor nationale- en unietoelatingen met een indiendatum in 2018 en 2019 te kunnen accepteren.

Voor nieuwe BPR-aanvragen voor nationale- en unietoelatingen die in 2020 of later moeten worden ingediend en nog niet zijn genotificeerd, verwacht het Ctgb in de loop van 2019 meer duidelijkheid te kunnen geven. U kunt uw notificatie of verzoeken om meer informatie richten aan de Ctgb accountmanager biociden.