Aanpassing milieu-emissieroutes vanuit stallen

Tot nu toe werd bij de beoordeling van milieurisico’s voor desinfectiemiddelen en insecticiden in stallen uitgegaan dat emissie naar het milieu uitsluitend plaatsvindt via het verspreiden van mest. Echter onder de Europese biocidenverordening wordt ook lozing op de riolering meegenomen als emissieroute naar het milieu.

De EU maakte hierover nieuwe afspraken (ENV-168 en ENV-194 zoals gepubliceerd in de Technical Agreements for Biocides, versie 2 februari 2021). Het Ctgb hanteert deze vanaf 1 juli 2021 voor aanvragen voor desinfectiemiddelen en insecticiden in stallen (respectievelijk producttypen 3 en 18) onder overgangsrecht. Dat betekent dat alle staltypen en toepassingen waarvoor in de bijbehorende blootstellingsmodellen een fractie naar de riolering is opgenomen ook getoetst worden aan de eindpunten voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie, het oppervlaktewater en sediment.

Wat betekent dit voor aanvragers?

Tot nu toe werd altijd een restrictiezin in het wettelijk gebruiksvoorschrift (WG/GA) opgenomen waarin wordt gesteld dat afvalwater op de mestopslag dient te worden geloosd en niet op de bedrijfsriolering vanwege mogelijke risico’s voor installaties voor individuele afvalwaterbehandeling (IBA). Als echter volgens de nieuwe blootstellingsmodellen emissie naar de riolering leidt tot een acceptabel risico, wordt de zin aangepast en lozing op de gemeentelijke riolering toegestaan. In alle andere gevallen blijft de huidige restrictiezin gehandhaafd. De dossiervereisten veranderen niet, aanvragers hoeven dus geen extra data aan te leveren.