De beoordelingskosten die het Ctgb in rekening brengt, staan vermeld in het Tarievenbesluit. Voor aanvragen op grond van Verordening (EU) 528/2012 (BPR) kunnen ook kosten aan ECHA worden betaald.
Kosten te betalen aan ECHA
De door ECHA in rekening gebrachte kosten vallen onder Uitvoeringsverordening (EU) nr. 564/2013. Kleine en middelgrote ondernemingen die in de Europese Unie zijn gevestigd, kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op verlaagde vergoedingen op grond van de Biocideverordening. Om hiervoor in aanmerking te komen, dient het bedrijf vóór indiening van de aanvraag schriftelijk bewijs aan ECHA te overleggen waaruit blijkt dat het recht heeft op deze korting. De voorwaarden en richtlijnen voor het indienen van de vereiste documentatie in het kader van de MKB-check zijn beschikbaar op de website van ECHA.
Tarievenbesluit Ctgb
Het tarievenbesluit kent voor biociden drie categorieën van aanvragen op grond van de Europese regelgeving en één categorie op basis van het Nederlands overgangsrecht. Voor deze aanvragen worden vaste tarieven en – indien van toepassing – vaste aanvullende tarieven in rekening gebracht. Voor de categorieën a en b van aanvragen onder de Europese verordening gelden tarieven op basis van nacalculatie, waarbij een voorschot wordt gevraagd. Raadpleeg ook de belangrijkste wijzigingen in het Tarievenbesluit 2026 voor actuele informatie.
Ctgb tarieven
1. Aanvragen onder Verordening (EU) 528/2012 (BPR):
a. Aanvraag werkzame stof met Nederland als rapporteur- nacalculatie
b. Aanvraag met Nederland als de beoordelende autoriteit (eCA) - nacalculatie
c. Aanvraag met Nederland als betrokken lidstaat (CMS) – vast tarief
2. Aanvragen onder overgangsrecht:
3. Overige aanvragen
a. Overige aanvragen - vast tarief
a. Andere overige aanvragen
4. Jaarlijkse vergoeding
Zie tarievenbesluit – jaarlijkse vergoeding voor een biocide product toegelaten door Ctgb.
Voor de categorieën 1 en 2 van aanvragen onder de Europese verordening gelden tarieven op basis van nacalculatie met een voorschot. Voor de andere categorieën geldt een vast tarief, met - indien van toepassing - vaste add-ons.
Tarieven op basis van een voorschot en nacalculatie
Voor aanvragen in categorieën a en b onder de Europese verordening gelden tarieven op basis van een voorschot en nacalculatie. Aanvragers betalen eerst een voorschot op basis van standaardkosten. Na beoordeling van het dossier – inclusief risicobeoordeling op expertises zoals humane toxicologie, milieu, fysisch-chemische eigenschappen en werkzaamheid – worden de uiteindelijke kosten vastgesteld. Deze kosten variëren sterk per type toepassing en zijn afhankelijk van de complexiteit van het dossier en de omvang van de beoordeling, waardoor het vooraf lastig is de totale kosten goed te voorspellen.
De kosten worden onder meer bepaald door:
- de kwaliteit van het dossier
- het type aanvraag en de status van werkzame stoffen in de EU
- het aantal prodcuttypers (PT's), werkzame stoffen en te evalueren studies
- het aantal aangevraagde toepassingen
- of het een single product betreft of een biocidefamilie, inclusief complexiteit van de familiestructuur (meta-SPC’s)
- het aantal co-formulanten
- de comparative assessment
- de beschikbaarheid van een guidance
Hieronder worden daarom de gemiddelde en maximale kosten per aanvraagtype indicatief weergegeven naast de richtprijs weergegeven in het Tarievenbesluit. Zoals hierboven aangegeven kunnen afhankelijk van de inhoud van het dossier de kosten dus lager of hoger uitvallen dan genoemd. Na de validatiefase kan de projectleider toelichten waarop de verwachte kosten van uw dossier zijn gebaseerd.
Aanvraagtype |
Gemiddelde kosten |
Hoogste kosten | |
|
Unie aanvragen, enkel product, (B-UTN, B-UTH) |
€ 110.000 |
€ 175.000 | |
|
Unie aanvragen, biocidefamilies (B-UTFN) | € 180.000 | € 365.000 | |
| Nationale aanvragen, enkel product, (B-TN, B-TH) | € 75.000 | € 135.000 | |
| Nationale aanvragen, biocidefamilies (B-TFN) | € 125.000 | € 200.000 | |
| Vereenvoudigde aanvragen, enkel product (B-ET) |
€ 15.000 | € 50.000 | |
| Verlenging van een toelating, enkel product (B-TR) | € 40.000 | € 100.000 | |
| Grote wijziging van een toelating, enkel product (B-GW) | € 40.000 | € 65.000 | |
Een aantal aanvraagtypen waarvoor nacalculatie geldt, ontbreekt in deze tabel. Van deze typen zijn recent onvoldoende aanvragen afgehandeld en daarom zullen de gemiddelde en hoogste kosten geen betrouwbare indicatie geven van de te verwachten kosten voor uw dossier.
Facturering bij aanvragen op basis van nacalculatie met voorschot
Voor deze aanvragen verstuurt het Ctgb minimaal drie facturen:
1. Eerste factuur (aanvraagkosten)
Na ontvangst van de aanvraag in R4BP brengt het Ctgb een voorschot in rekening. Dit bedrag volstaat om de validatie af te ronden en de evaluatie te starten. Betaling dient binnen 30 dagen te gebeuren; bij te late betaling wordt de aanvraag afgewezen.
2. Tweede factuur (voorschot evaluatiekosten)
Na validatie volgt een voorschotfactuur voor het vervolg van de procedure. Dit bedrag is gebaseerd op een inschatting van de beoordelingskosten van het dossier en gemiddelde kosten voor de fases die volgen na de beoordeling, gecorrigeerd voor het resterende budget uit factuur 1.
3. Eindfactuur
Na afronding van de procedure worden de werkelijke kosten verrekend. Indien deze lager zijn dan het voorschot, wordt het verschil terugbetaald; bij hogere kosten volgt een aanvullende factuur.
Het Ctgb streeft naar drie factuurmomenten, maar kan tussentijds een extra voorschotfactuur sturen indien het dossier meer tijd vergt dan verwacht. De totale kosten zijn namelijk afhankelijk van de complexiteit van het dossier, aanvullende vragen en de tijd die nodig is voor beoordeling van extra informatie. Bij clusterbeoordelingen kan op verzoek een verlaagd tarief gelden (artikel 80.3 D). Indien meerdere aanvragers betrokken zijn, is ieder hoofdelijk aansprakelijk voor het volledige bedrag.
Voor aanvragen ingediend vóór 2018 werd één vast aanvraagtarief gerekend voor nationale en Unie-aanvragen. Voor deze aanvragen worden, indien een beoordeling van aanvullende gegevens nodig is, de werkelijke gemaakte kosten in rekening gebracht. Dit is vrijwel altijd het geval.
Facturering van vaste tarieven onder de Verordening (BPR)
Voor aanvragen op grond van de Biocidenverordening worden vaste tarieven meestal in twee delen gefactureerd:
- Eerste factuur: vaste aanvraagkosten direct na indiening.
- Tweede factuur: voorafgaand aan de evaluatie, op basis van een vast basistarief en eventuele toeslagen.
Bij aanvragen waarbij Nederland als betrokken lidstaat (CMS) optreedt, geldt het tarief van het jaar waarin de beoordeling start. Eerder betaalde aanvraagkosten worden verrekend.
Facturering van vaste tarieven onder overgangsrecht
Voor aanvragen op grond van het overgangsrecht gelden vaste tarieven, meestal opgesplitst in twee facturen:
- Eerste factuur: aanvraagkosten direct na indiening.
- Tweede factuur: beoordelingskosten voorafgaand aan de start van de beoordeling
Op grond van het overgangsrecht is het mogelijk om via een beperkte beoordeling een toelating te verkrijgen, te verlengen of een wijziging van een bestaande toelating aan te vragen. Voor deze aanvraagvorm gelden aangepaste tarieven zoals vermeld in het Tarievenbesluit.
Indien tijdens de procedure aanvullende vragen worden gesteld door een expertise volgt een derde factuur voor de beoordeling van de extra gegevens. Deze extra kosten komen overeen met de bedragen zoals genoemd in het tarievenbesluit (link toevoegen) voor dat expertisegebied. Tevens worden extra projectbegeleidingskosten in rekening gebracht voor verdere afronding.
Belangrijk: alle facturen moeten binnen 30 dagen na factuurdatum worden betaald, onder vermelding van het factuurnummer. Te late betaling kan leiden tot afwijzing of niet-ontvankelijkheid van de aanvraag.
Jaarlijkse vergoeding
Voor alle toegelaten middelen die zijn opgenomen in het register van het college, wordt een jaarlijkse vergoeding (Tarievenbesluit 2026) bij de toelatinghouder in rekening gebracht (Wgb artikel 10, lid 1). De peildatum hiervoor is 1 februari van elk jaar.
Voor Unietoelatingen, gehonoreerd door de Europese Commissie, brengt het Ctgb geen jaarlijkse vergoeding in rekening. Toelatingshouders van Unietoelatingen zijn wel een jaarlijkse vergoeding verschuldigd aan ECHA, zie hiervoor verordening (EU) 564/2013.
Voor vereenvoudigde toelatingen brengt het Ctgb een jaarlijkse vergoeding in rekening indien het Ctgb optrad als beoordelende autoriteit en de toelating is gehonoreerd door het Ctgb.
Voor biociden van een productfamilie wordt zowel voor de familie als voor de individuele leden een vergoeding in rekening gebracht.
Servicedesk
Vragen die rechtstreeks door de frontoffice kunnen worden beantwoord, worden niet in rekening gebracht. Bij vragen waarbij inzet van een specialist uit de backoffice nodig is, worden de kosten altijd in rekening gebracht. Zie tarieven Servicedesk.