Veiligheid van omwonenden

Bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen volgens de voorschriften lopen omwonenden geen gezondheidsrisico’s. Er worden geen veilige marges overschreden. Dit concludeert het Ctgb naar aanleiding van het in het voorjaar van 2019 gepubliceerde Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden en het bodemonderzoek in Westerveld.

Naar aanleiding van beide onderzoeken schreef het Ctgb een advies voor de staatsecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en voor de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De overall conclusie is dat uit beide onderzoeken naar de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen van omwonenden van landbouwgebieden blijkt, dat onder realistische gebruiksomstandigheden de veilige grenswaarden niet worden overschreden. Er is voor het Ctgb dan ook geen reden om in te grijpen in de toegelaten middelen.

Het EFSA OPEX-blootstellingsmodel kan verder met de gegevens uit het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (OBO) worden verfijnd. Maar omdat het EFSA OPEX-blootstellingsmodel een Europees geharmoniseerde methodiek is, beveelt het Ctgb aan om al het onderzoek naar blootstelling van omwonenden aan gewasbeschermingsmiddelen binnen de Europese context te verrichten. Voor de herziening van het OPEX-model heeft het RIVM de binnen het omwonendenonderzoek verzamelde gegevens aangeboden aan het Europees Agentschap voor de voedselveiligheid (EFSA).

Uitkomsten van het onderzoek naar de risico’s: geen risico geïdentificeerd

Bij de herbeoordeling op basis van het EFSA-model blijken alle toegelaten middelen veilig te zijn. 109 middelen vielen zonder meer binnen de norm. Voor 7 middelen was aanvullende verfijning van de modelberekening nodig. Belangrijk voor de waardering van deze uitkomsten is de eerder gegeven toelichting: het gaat hier om een risicobeoordeling aan de hand van een worst case-scenario. Voor de betreffende 7 middelen is daarom in goed onderbouwde stappen ingezoomd op een realistischer blootstellingsscenario. Daarvoor werden onder andere de eerder genoemde Britse en Duitse methoden gebruikt. Ook de toepassing van deze 7 middelen blijkt dan veilig voor omwonenden en omstanders.

Oordeel college: er is geen noodzaak om in de toelatingen in te grijpen

Het college trok uit de herbeoordeling de conclusie dat het gebruik van de reeds toegelaten middelen ook op basis van het nieuwe model veilig is. In de resultaten van het onderzoek ziet het college dan ook geen noodzaak om in te grijpen in de toelatingsvoorwaarden van deze middelen.

Gebruik modellen vanaf 1 januari 2016

Vanaf 1 januari 2016, de ingangsdatum van de nieuwe Europese richtlijnen, is het EFSA-model de basis voor risicobeoordeling voor omwonenden en omstanders. Waar nodig zal de hiervoor omschreven verfijning op basis van aanvullende gegevens, overige modellen (de Britse en Duitse methoden) of expert judgement worden ingevuld. Zie verder op de pagina over Risicobeoordelingsmodel.

Zie

  • 21-10-2016: Ctgb advies Herbeoordeling van bestaande middelen voor gewasbescherming op het gezondheidsrisico voor omwonenden en de lijst met betreffende middelen
  • 21-06-2016: Ctgb besluit op bezwaren rondom toelating metam-natrium
  • 22-09-2014: Toelichting toepassingsvoorwaarden metam-natrium
  • 25-08-2014: Ctgb legt beperkende voorwaarden op aan gebruik metam-natrium
  • 29-01-2014: Gezondheidsraad rapport 'Gewasbescherming en omwonenden'