Omwonenden maken zich soms zorgen over hun gezondheid wanneer in de buurt gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Die zorgen neemt het Ctgb serieus. Op deze pagina leggen we daarom uit hoe wordt beoordeeld of middelen voldoen aan de eisen voor de bescherming van omwonenden. Het Ctgb beoordeelt gewasbeschermingsmiddelen en biociden op basis van een wettelijk vastgelegd Europees beoordelingskader. Daarbij wordt gekeken naar de risico’s voor gebruikers, consumenten, omwonenden en omstanders, evenals naar risico’s voor het milieu. Voor omwonenden geldt dat het Ctgb uitsluitend middelen toelaat wanneer uit de risicobeoordeling blijkt dat de blootstelling ruim onder de gezondheidskundige grenswaarden blijft.
Wat is de wetenschappelijke basis van de beoordeling?
Voor elk middel wordt een uitgebreid pakket toxicologische studies beoordeeld. Deze studies geven inzicht in mogelijke gezondheidseffecten, zoals acute en chronische toxiciteit, effecten op voortplanting, hormoonhuishouding en zenuwstelsel. Op basis hiervan worden grenswaarden vastgesteld. Dat zijn hoeveelheden waarvan is aangetoond dat ze geen gezondheidseffecten veroorzaken, ook niet bij een dagelijkse blootstelling gedurende lange tijd. Deze grenswaarden worden met voorzichtigheid vastgesteld. Ze worden afgeleid van niveaus waarbij in proefdieronderzoek geen schadelijke effecten zijn gezien en vervolgens verder verlaagd. Zo ontstaat er een extra veiligheidsbuffer, ook voor kwetsbare groepen.
Hoe wordt de blootstelling van omwonenden berekend?
De blootstelling van omwonenden wordt berekend met gestandaardiseerde Europese modellen. Deze modellen gaan uit van maximale blootstelling onder realistische omstandigheden. Praktijkmetingen wijzen erop dat de blootstelling doorgaans lager is dan de waarden waarmee in de beoordeling wordt gerekend.
Onzekerheden en nieuwe inzichten
Voor sommige aandoeningen zijn er nog geen gerichte testen. Dat geldt bijvoorbeeld voor neurodegeneratieve ziektes (o.a. Ziekte van Parkinson) en de effecten van cumulatieve blootstelling (het ‘cocktaileffect’). Dat betekent niet dat deze mogelijke risico’s genegeerd worden. Juist daarom werkt het Ctgb samen met wetenschappers en Europese organisaties om de beoordeling te verbeteren. Zo vroeg het Ctgb samen met neuroloog Bas Bloem en het RIVM enkele jaren geleden de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA om testsystemen te ontwikkelen en in het beoordelingskader op te nemen. Inmiddels lopen er verschillende onderzoeksprojecten, waaronder, waaronder SPARK en het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden II (OBO-2, een vervolg op eerder onderzoek) bij het RIVM.
Het Ctgb volgt deze en andere ontwikkelingen van nieuwe wetenschappelijke inzichten en draagt bij aan onderzoek binnen Europese en nationale trajecten. Wanneer nieuwe kennis beschikbaar komt, wordt deze in het beoordelingskader geïntegreerd.
Transparantie en duiding van risico’s
Het Ctgb wil laten zien hoe beoordelingen tot stand komen, welke aannames worden gebruikt en waar onzekerheden zitten. Het Ctgb werkt aan betere duiding van risico’s en aan toegankelijkere informatie voor omwonenden, gebruikers en andere belanghebbenden.
Position Paper Ctgb
In december 2025 heeft het Ctgb een position paper gepubliceerd. Dit position paper geeft inzicht in hoe de wetenschappelijke risicobeoordeling zich verhoudt tot maatschappelijke zorgen, recente juridische ontwikkelingen en politieke keuzes. Belangrijke punten uit dit position paper zijn:
- Rol en opdracht van het Ctgb
Het Ctgb voert een wetenschappelijke risicobeoordeling uit binnen de kaders van Europese en nationale regelgeving. Het Ctgb beoordeelt of middelen mogen worden gebruikt volgens deze regels, maar beslist niet over de maatschappelijke wenselijkheid of over het gebruik in specifieke situaties. Tegelijk ziet het Ctgb dat maatschappelijke zorgen bestaan, die vragen om heldere uitleg over hoe risico’s worden beoordeeld en wat die beoordeling wel en niet betekent. - Ontwikkeling van het toetsingskader
Ondanks het hoge beschermingsniveau kan de toelatingssystematiek geen absolute zekerheid bieden. Bepaalde gezondheidseffecten kunnen nog niet volledig worden meegenomen bij de beoordeling. Het toetsingskader is daarom voortdurend in ontwikkeling en groeit mee met nieuwe wetenschappelijke inzichten, met als uitgangspunt dat omwonenden goed beschermd moeten zijn. - Toelating is niet het eindpunt
Een toelating betekent dat een middel volgens de wettelijke criteria kan worden gebruikt zonder onaanvaardbare risico’s. Tegelijk zegt een toelating niet alles over hoe het gebruik van middelen in de praktijk uitwerkt in de leefomgeving van omwonenden. Zorgen hangen vaak samen met de nabijheid van landbouw en woongebieden en met de manier waarop middelen lokaal worden gebruikt. De toelating is daarmee één onderdeel van een breder systeem. Bescherming van omwonenden vraagt ook om keuzes over gebruik, ruimtelijke inrichting en het omgaan met verschillende belangen. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij overheden zoals het Rijk, provincies en gemeenten. Een toelatingsbesluit is daarom geen eindpunt, maar onderdeel van een bredere afweging en een continu gesprek tussen betrokken overheden en de samenleving.