Wederzijdse erkenning

Binnen de EU is het mogelijk om via een wederzijdse erkenning toelatingen uit andere lidstaten in Nederland toe te laten (en vice versa). Met deze mogelijkheid kunnen aanvragers op relatief korte termijn een toelating voor hun middel krijgen in een EU lidstaat.

Aanvraag wederzijdse erkenning

Volgens het beginsel van wederzijdse erkenning uit de verordening, kan de fabrikant het middel in een andere lidstaat op de markt brengen met vergelijkbare ecologische en landbouwomstandigheden. Om te vermijden dat er voor bepaalde gewassen geen beschermingsmiddelen beschikbaar zijn, biedt de verordening ook ruimte al toegelaten gewasbeschermingsmiddelen daarvoor te gebruiken. De toelating kan worden uitgebreid (met een zogenoemde ‘kleine toepassing'/ NLKUG, zonaal) en is ook anderszins te wijzigen (verpakking, samenstelling). De gebruiksuitbreidingen vallen onder het beginsel van wederzijdse erkenning.

Administratieve uitbreiding van een wederzijdse erkenning

Gewoonlijk wordt de vervaldatum van een toelating via een wederzijdse erkenning vastgesteld op de expiratiedatum van de werkzame stof plus één jaar. In sommige lidstaten zijn echter 'post registratie-eisen' vastgesteld voor de oorspronkelijke toelating. De toelatingstermijn kan in dergelijke gevallen door de lidstaat zijn verkort. Deze wordt dan in Nederland eveneens ingekort. Zodra aan de vereisten in de oorspronkelijke lidstaat is voldaan en de toelating is verlengd, kan de toelatingshouder een verlenging van de toelating in Nederland aanvragen. Dit mag via een administratieve aanvraag.

Registration manual

In de Registration manual (alleen Engelstalig) leest u meer over de aanvraag van een wederzijdse erkenning. Per aanvraagtype wordt daar in 4 onderdelen (Characteristics, Registration process, Instruction for submission en Documentation) het proces uit de doeken gedaan.