Nationale toelating onder BPR

Als een bedrijf een biocide alleen binnen één lidstaat op de markt wil brengen, volstaat een toelating van de betreffende lidstaat. In Nederland besluit het Ctgb over deze toelating, de toepassingen  en de wettelijke gebruiksvoorschriften.

Voor een toelating van een nieuw middel in meerdere lidstaten verloopt de aanvraag via de procedure van een Unietoelating. Een reeds toegelaten middel kan via een aanvraag van een wederzijdse erkenning ook in andere lidstaten worden toegelaten.

Tarieven

De kosten voor de aanvragen onder de BPR staan in het Tarievenbesluit gespecificeerd. Als indicatie, in 2019 varieerden de kosten:

  • nationale toelating biocide (nieuw middel of herregistratie; B-TN, B-TH NA-APP) van € 6.375 tot € 66.588
  • nationale toelating biocide familie (nieuw middel of herregistratie; B-TFN, B-TFH A-APP) van € 20.799 tot € 79.375
  • wederzijdse erkenning in parallel van een enkel middel (geen biocidenfamilie; B-TWENP, B-TWEHP NA-MRP) van € 1.259 tot € 13.144
  • wederzijdse erkenning van een enkel middel (geen biocidenfamilie, B-TWENS NA-MRS) van € 8.316 tot € 9.432
  • wederzijdse erkenning van een biocidenfamilie (B-TWEFNS NA-MRS) van € 7.392 tot € 25.872
  • grote wijziging van een toelating (B-GWC NA-MAC) waarbij Nederland de betrokken lidstaat isvan € 7.392 tot € 8.192
  • Aanvraag tot toelating van een middel of een biocidenfamilie via de procedure in Uitvoeringsverordeningen (EU) 414/2013 en (EU) 1802/2016 (Same biocidal product) van € 1.672 tot  € 2.176