Middelen op basis van neonicotinoïden worden door verschillende wetenschappers in verband gebracht met de verhoogde wintersterfte onder bijenvolken wereldwijd. Ook in Nederland gaat, over een langere periode gezien, de bijenstand achteruit en er zijn zorgen dat dit mede verband houdt met het gebruik van neonicotinoïden in de landbouw.

Bij de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen en biociden kijkt het Ctgb in hoeverre de aangevraagde toepassingen een risico vormen voor mens, dier en milieu. Daarbij kijken we ook naar de risico’s voor de gezondheid van bijen. Dit betekent dat voor alle toegelaten neonicotinoïde-houdende middelen tijdens de beoordeling sprake was van een acceptabel risico voor de gezondheid van bijen.

Bij de risicobeoordeling maakt het Ctgb onder meer gebruik van de Lijst bij-aantrekkelijke gewassen.

Regelmatig komen er nieuwe wetenschappelijke onderzoeken beschikbaar over de relatie tussen neonicotinoïden en de gezondheid van bijen. Het Ctgb houdt deze wetenschappelijke ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Als er nieuwe wetenschappelijke informatie beschikbaar komt die een risico aantoont voor mens, dier of milieu voor in Nederland toegelaten toepassingen, dan zal het Ctgb hiernaar handelen (meer over de werkwijze van het Ctgb).